Een laatste kans?

Woensdag, 30 Juni 2010 08:59
Biddende Joodse man, Galilea Klik voor ware grootte
Biddende Joodse man, Galilea

Opwekking? Al meer dan veertig jaar wordt erover gesproken. Wordt er geroepen: “Hier of daar is het”. Sommige trouwe bidders bidden er al jaren voor. Beroemde, meest buitenlandse, predikers profeteerden van gouden geestelijke bergen voor Nederland.

Intussen zijn we dichter bij “de nacht waarin niemand werken kan” (Johannes 9:4) dan bij het heldere licht dat vanuit de Eerste Gemeente over de wereld straalde. Kerken worden gesloten, gemeentes gescheurd, velen lopen hijgend achter de nieuwste gospel-hypes aan en de leegloop van de bijna lege kerken is nog lang niet gestopt. Inmiddels het wel: OPWEKKING OF OORDEEL. Terug naar de principes van de Eerste Gemeente of wegzakken naar de eindtijdkerk van de antichrist. Welke principes? Leiders maken vaak hun eigen keuzes uit de geestelijke rijkdom van de Eerste Gemeente. Genezingen, wonderen en tekenen? Halleluja, doe het Here! Enorme werfkracht? Wat is dat nodig! Gaven en vruchten van de Heilige Geest? We zingen eerbiedig : “Welkom Geest van God”. Bij dit rijtje wordt bijna altijd vergeten dat de Eerste Gemeente een Joodse gemeente was, geworteld in de profeten en de hele Tenach. Dus binnen Israël hoorde. Dat zijn we kwijtgeraakt. Alleen als we teruggaan naar en het goedmaken met onze oudste broer Israël is er hoop op opwekking en dus uitstel van het oordeel.

Gemeente in Israël

Uit de brieven van Paulus springen drie van zijn prioriteiten naar voren. Allereerst de verkondiging van het Evangelie. Vervolgens zijn intense geestelijke inspanning om bijbels te bewijzen dat het Heil, niet alleen voor Israël maar ook voor ons gelovigen-uit-de-volken is. Dat spreekt niet vanzelf. Paulus noemt dat heilsfeit zelfs een geheimenis, dat door openbaring aan hem was bekend gemaakt (zie Efeziërs 3:3-6). Ten slotte vermaant hij ons, gelovigen-uit-de-volken, niet eigenwijs te zijn (Romeinen 11:25), maar goed te beseffen dat wij bij Israël horen. Dit laatste punt werkt hij in drie van zijn brieven uit. In Romeinen 11:16-24 legt Paulus uit dat wij als wilde takken geënt zijn op de edele olijf, tussen de Israëltakken. “Want de genadegaven en de roeping (van en voor Israël) zijn onberouwelijk” - Romeinen 11:29. Gods blijft bij zijn keuze van Israël als drager van het Heil en instrument (knecht van de Heer) bij de uitvoerig van zijn plannen. Wij zijn geroepen om Israël daarbij te steunen en te bemoedigen. In de brief aan de gemeente te Efeziërs zegt Paulus tegen ons:

“Bedenkt daarom dat jullie, die vroeger heidenen waren naar het vlees.......dat jullie in die tijd zonder Christus waren, uitgesloten van het burgerrecht van Israël en vreemd aan de verbonden van de beloften, zonder hoop en zonder God in de wereld. Maar nu, in Christus Jezus, zijn jullie die vroeger verweg waren, dichtbij gekomen door het bloed van Christus”

Efeziërs 2:12.13

Wij heidenen, “zijn medeërfgenamen, medeleden van de belofte in Christus Jezus door het Evangelie” (3:6). We zijn “geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers van de heiligen...” (2:19). Let op het voorvoegsel “mede”. Samen met Israël. In zijn brief aan de gemeentes in Galatië legt Paulus uitvoerig uit dat een mens alleen “gerechtvaardigd wordt door het geloof in Christus” (2:16). Kinderen van Abraham zijn “zij, die uit het geloof zijn, kinderen van Abraham zijn” (3:8). Dus niet alleen Israël, maar ook gelovigen-uit-de-volken. Willen we terug naar de Eerste Gemeente moeten we onze oudste broer Israël weer opzoeken.

Het heil is uit de Joden

Iedereen zal onmiddellijk erkennen dat de Verlosser uit Israël is gekomen. De Here Jezus was op aarde ook een Joodse rabbijn! Geboren uit een Joodse moeder. Hij hield Zich trouw aan de Torah, niemand kon hem beschuldigen, Hij was zonder zonde of overtreding. Hij is het Woord van God. “Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons (Israël) gewoond” (Johannes 1:14). Ook het geschreven Woord van God, de Bijbel, is door Israël tot ons gekomen. Te vaak staan gelovigen onverschillig tegenover onze bijbels-joodse wortels. Dit terwijl de Here Jezus Zelf de samaritaanse vrouw vermaande: “Het heil is uit de Joden” (Johannes 4:22). Andere vertalingen zeggen: “Het heil komt van/uit de Joden”. Dus niet ‘was’ of ‘is gekomen’ uit de Joden, maar altijd de tegenwoordige tijd. Dus ook nu. De Heer is heengegaan als Koning van de Joden. Dat stond op het bord aan het kruis en mocht er niet af (Johannes 19:19-22). Hij komt ook terug als Koning van Israël, want Paulus zegt: “De Verlosser zal uit Sion komen” (Romeinen 11:26). Weer die tegenwoordige tijd: “...zal komen...”. Door de eeuwen heen, ook in de ballingschap, is Israël Gods uitverkoren knecht gebleven.

“Maar ook zelfs wanneer zij in het land van hun vijanden zijn, versmaad IK hen niet en heb IK geen afkeer van hen, zodat IK hen zou vernietigen en mijn verbond met hen verbreken. IK ben de HERE, hun God. Maar IK zal hun ten goede gedenken het verbond met hun voorvaderen...”

Leviticus 26:44-45

Door de eeuwen heen is het Joodse volk veracht en versmaad. Men had zelfs een afkeer van hen. Dat is ook vandaag het geval. Maar niet door de Schepper van hemel en aarde, door de God van het heelal. Integendeel! In onze tijd, is de Heilige van Israël bezig zijn volk te herstellen. Het verwoeste land is en wordt weer tot vruchtbare vlaktes; volgens het profetische Woord. Israël kwam en komt terug. Precies zoals de Schriften hebben voorzegd. We leven in de tijd van de doorbraak van het komende Koninkrijk van de Here Jezus. Vandaar dat de hele wereld tegen Israël opstaat. De grootmachten van deze wereld werken en vechten fanatiek om hun eigen koninkrijk te vestigen. Een kalifaat voor de Moslims. Het herstelde Romeinse rijk voor de Europeanen. De Nieuwe Wereld Orde voor de VN. Die strijd gaat over de rug van Israël. Na deze tijd van benauwdheid en druk zulllen “de heiligen van de Allerhoogste het koningschap ontvangen” (Daniël 7:18 en 27). In die benauwdheid staan wij biddend naast onze broeder Israël.

Eerst de Jood

“Eerst de Jood’ is een stelling van Paulus. Dan volgt: “en ook de Griek”. Zie Romeinen 1:16; Romeinen 2:9, Romeinen 10. Dat geldt voor positieve en negatieve zaken. Voor zegen en oordeel.
Let maar op:

Samengevat: Pas als God tot zijn doel komt met zijn volk Israël komt de Messias en het Heil van God ten volle over de wereld. Dan breekt het Koninkrijk van de Here Jezus door.

Een laatste kans?

Wij, gelovigen-uit-de-volken, moeten terug naar onze broer Israël, naar onze bijbelse wortels. Niet alleen als gemeente, maar ook als individuele gelovigen moeten we op de sneltrein springen van Gods machtige werk dat Hij nu in en voor Israël doet. Die machtige werken van de God van Israël herkennen we vanuit Gods profetische Woord (Psalm 111:2-4). Het grote gevaar waarin ons land zich nu bevindt, heeft twee kanten. In de eerste plaats gaat ons land, en ik zeg dit met intens verdriet, steeds meer lijken op Sodom en Gomorra. In de tweede plaats is de kerk een verdwijnende minderheid geworden waar helaas weinig van uitgaat. Wij zijn afgedwaald! Met de nadruk op WIJ! Misschien geeft God ons nog een kans voordat wij als de kerk van Laodicea uitgespuugd worden. Onze houding tegenover Israël speelt in dit verband een grote rol. Want de Heer zegt: “Ik zal zegenen wie u zegent”. We zegenen Israël in onze voorbede. We zegenden Israël tijdens de demonstratie in den Haag, de 17e juni 2010. We bemoedigen Israël door onze steun en door gaven. Er wordt in Israël zeer aandachtig op de bijbelgetrouwe Christenen gelet. Israël weet dat ze de weinige vrienden die ze nog hebben onder de bijbelgetrouwe Christenen moeten zoeken. Laten we Israël niet opnieuw teleurstellen, zoals de kerk dat bijna 1700 jaar heeft gedaan. Misschien ontvangen de door Gods grote genade nog opwekking door Israël te zegenen. En door verootmoediging en gebed. Als dit gebeurt zijn we ook tot zegen voor ons hele land en voor de wereld.