Zeven Profetische Wortels

Dinsdag, 28 Februari 2012 16:08
Foto: Phil W. Shirley Klik voor ware grootte
Foto: Phil W. Shirley

Paulus baseert zijn evangelieverkondiging duidelijk op de profeten. Hij brengt “het Evangelie van God, dat Hij tevoren door zijn profeten beloofd had in de heilige Schriften” (Romeinen 1:2). Opvallend vaak citeert hij de Tora, Psalmen, profeten en andere bijbelboeken om te ‘bewijzen’ dat zijn verkondiging “Bijbels” is.

Dus zonder Tenach (OT) kunnen we de boodschap van het Tweede Testament niet goed verstaan.

Zonder de Tenach loopt de kerk ook het risoco het zicht op Israël te verliezen. Met name de vervangingsleer, die visie dat de kerk de plaats van Israël heeft overgenomen, krijgt dan vrij spel.

Ook opvallend is het dan ook dat Paulus zoveel en indringend over de plaats en positie van Israël schrijft. We zullen kort zeven profetische wortels uit de vier ”Israël-hoofdstukken” (9-11 en 15) van Paulus’ onderwijsbrief aan de Romeinen noemen. Elk van die zeven “wortels” kan uitgangspunt zijn voor een preek of bijbelstudie. Moet je doen; je leert daar veel van.

  1. Wij, gelovigen-uit-de-heidenen horen erbij
    Het sprak voor de Eerste Gemeente niet vanzelf dat wij er ook bij horen. Zelfs Jezus gaf voedsel aan die aarzeling. Hij zei: “Het is niet goed het brood voor de kinderen......de honden voor te werpen” (Marcus 7:27). Tegen de discipelen zei Hij: “Wijkt niet af op een weg naar de heidenen” (Matteus 10:5,6).
    Petrus had driemaal een visioen nodig om bij Cornelius binnen te gaan (Handelingen 10). Paulus en Barnabas kregen grote problemen doordat zij niet-Joden het Evangelie brachten. Daarom besteedt Paulus in zijn brieven zoveel aandacht om uit de Tenach te bewijzen dat wij er ook bij horen. Sommige uitspraken kunnen daardoor wel eens anti-Joods of anti-Judaïstisch worden uitgelegd. In Romeinen 9:25,26 citeert Paulus gedeelten uit de profeet Hosea (1:10 en 2:22) om aan te tonen dat wij, “niet-mijn-volk (Lo-Ammi) zullen genoemd worden kinderen van de levende God”. Tegelijk haast Paulus zich te verklaren dat wij “medeburgers van de heiligen” (Efeze 2:19) zijn. Geënt tussen de takken van de edele olijf (Romeinen 11:16-20). Dus niet “in plaats van...” maar “tussen”. Dus samen met Israël.
  2. De “gelovige rest”
    In Romeinen 11:4,5 spreekt Paulus over een gelovig overblijfsel, die hun knie niet voor Baäl hebben gebogen. Hij doelt hier op de tijd van Elia en koning Achab die de afgod Baäl diende. “Zo is er dan ook tegenwoordig een overblijfsel gelaten”. Het thema “gelovige rest” komt vaak in de Tenach voor.
    • In de tijd van Elia waren er 7000, die niet voor Baäl gebogen hadden (Romeinen 11:4). Zij ‘droegen’de rest van Israël, zodat God met zijn volk kon doorgaan.
    • Na de Babylonische ballingschap keerde slechts een “rest” terug. Zij moesten terug in verband met het komen van de Messias, van Jezus. Zo droegen zij het deel van Israël dat in ballingschap bleef.
    • In de tijd van koning Uzzia waren er “weinige ontkomenen” waardoor Israël niet aan “Sodom en Gomorra gelijk was geworden” (Jesaja 1:9).
    • Als er in Sodom een “rest” van tien rechtvaardigen geweest was, was die streek niet verwoest.
    • Door “een rest die zich bekeerde” bleef Israël bewaard, lezen we in Jesaja 10:20-27.
      Dit beeld gebruikt Paulus in Romeinen 11:2-7 om de situatie in zijn tijd te schetsen. Door die “rest”, was er ook toen hoop voor heel Israël.
  3. De geest van diepe slaap
    Oorzaak van de “gedeeltelijke verharding over Israël” waren de “geest van diepe slaap” en de “ogen om niet te zien en oren om niet te horen” (Romeinen 11:25), die God over Israël heeft gebracht. De profetische wortels liggen in Jesaja 6 en 29:10. Die “diepe slaap” en “blinde ogen” werden mede door de prediking in gelijkenissen van de Here Jezus veroozaakt. Zie Lucas 8:10; Jezus sprak in gelijkenissen “OPDAT zij ziende niet zien en horende niet horen...”. En Johannes 12:19,20; “hierom KONDEN zijn niet geloven omdat Jesaja elders gezegd heeft: HIJ heeft hun ogen verblind en hun hart verhard...”.. Paulus legt in Romeinen 11:11-28 uit waarom die “gedeeltelijke verharding” over Israël is gekomen. Voor ons!
  4. Opstanding
    “Wat zal hun aanneming anders zijn dan leven uit de doden?” (Romeinen 11:15). Hier refereert Paulus duidelijk aan het visioen van het dal van de dorre doodsbeenderen (Ezechiël 37:1-14).
    Daar lezen we hoe een enorm massagraf door God tot leven wordt gebracht. “Mensenkind”, zegt de HERE, “deze beenderen zijn het hele huis van Israël” (37:11).
    Het visioen geeft ook aan dat er eerst een natuurlijke herstel en daarna een geestelijke opstanding van Israël komt. Momenteel is de eerste fase, het natuurlijke herstel, het “begin van de verlossing van Israël” nog bezig. Het geestelijke herstel van Israël als natie gebeurt als zij het teken van de Zoon des mensen zien, zoals beschreven is in Zacharia 12:10-14.
    Paulus benadrukt dat: “en aldus zal heel Israël behouden worden”. En: “...om Zich over hen allen te ontfermen” (Romeinen 11:26,32).
  5. De komst van de Messias
    Alles gaat om het komen van de Verlosser. In de Schrift, voor Israël, in de wereld en in ons leven. Paulus’ profetische wortels in dit verband zijn makkelijk te vinden. “De Verlosser zal uit Sion komen” (Romeinen 11:26 en Jesaja 59:20). Opvallend is dat in Jesaja 59 staat: “Als Verlosser komt Hij VOOR sion”. Dus eerst wordt Sion verlost en daarna de wereld.
    Verder citeert Paulus: “Komen zal de wortel van Isaï” (Romeinen 15:12 en Jesaja 11:10).
  6. De volken naar Sion
    We kijken nu naar Romeinen 11:25: “...totdat de volheid van de heidenen ingaat en aldus heel Israël behouden wordt”. Het sleutelwoord is “totdat”.
    Of die “volheid van de volken” nu betekent dat de maat van hun boosheid eindelijk vol is of dat het aantal van de Gemeente vol is, maakt hier niet zoveel uit. De sleutel naar de profetie ligt in 11:26: “De Verlosser zal uit Sion komen”.
    Dan wordt vervuld wat Jesaja 2:2-5 en de profeet Micha voorzegd hebben. Alle volken zullen naar Jeruzalem trekken om daar onderwijs van de HEER te ontvangen. Daar zullen ze het Loofhuttenfeest meevieren (Zacharia 14:16-19). Jeruzalem wordt de geestelijke en politieke hoofdstad van de wereld in de messiaanse tijd. .
  7. Het nieuwe verbond
    Veel profeten spreken over een nieuw verbond voor Israël: Jeremia 31:31 (nieuw verbond); Jesaja 61:8 (eeuwig verbond); Jesaja 54:10 (vredesverbond) en nog veel meer. Dus ook Paulus toont aan dat ook het nieuwe verbond voor Israël is. “...voor hen zijn... de verbonden” (Romeinen 9:4). En “Dit is mijn verbond met hen...” (Romeinen 11:27).
    Dus “zijn” en niet “waren” en “is” en niet “was” zoals de vervangingstheologie leert.

Zo zien we de eenheid tussen het OT en het NT. Als de Tenach wordt verwaarloosd in de prediking verliezen we o.a. het zicht op Israël. En dus ook op Gods grote daden in onze tijd. Op de vervulling van veel profetieën. Op Gods grote trouw. Maar er gebeurt dan ook iets ergers.
Dan dooft de opwekking uit en wordt de kerk afgebroken.

Lees maar mee:
“Omdat zij niet letten op de daden van de HERE, ook niet op het werk van zijn handen, zal Hij hen afbreken en niet opbouwen” (Psalm 31:8).

Een verkorte versie van dit artikel verscheen eerder in 'Israël Aktueel' (Christenen voor Israël)
- Maart 2012