GODS KNECHTEN

Dinsdag, 17 Oktober 2017 17:10

Waarom heeft God de mens geschapen? Een van de redenen vinden we in het scheppingsverhaal, in Genesis 2. Wat moesten Adam en Eva doen in de Hof van Eden?

Zij kregen een duidelijke opdracht: “De Hof van Eden bewerken en bewaken”. Vertaling Naardense Bijbel. In de NBG 1951 vertaling leest u: “De Hof van Eden bewerken en bewaren” (Genesis 2:15). Er moest dus waakzaam en ijverig gewerkt worden in het Paradijs. De mens als medewerker van God, de Schepper. Dit thema vinden we terug in heel de Bijbel. Al gauw kreeg deze “eervolle benoeming” als medewerkers, knechten van God een heel nare kant. De mens liet zich overhalen (verleiden) om de leugens van satan, de tegenstander, te geloven. Jezus noemt Satan een dief, een moordenaar en een leugenaar (Johannes 8:44 en 10:10). De gevolgen kunt dagelijks zien en horen in het (wereld)nieuws. De roeping van de mens als “knecht van God” is inmiddels lelijk vervuild, maar wel gebleven. Eigenlijk is er maar één Mens geweest die deze roeping helemaal en volmaakt heeft ingevuld en vervuld. Dat was jezus die altijd de wil van de Vader deed.

Gods knechten

De profeten worden in de Bijbel regelmatig “Gods knechten” genoemd. Hun speciale taak was de woorden, waarschuwingen, voorzeggingen, bemoedigingen en vermaningen van God door te geven. Het was vaak geen leuke taak. Profeten werden vermoord, vervolgd en dwarsgezeten door valse profeten en de heersende elite. In de eindtijd zullen er veel valse profeten optreden en zij zullen velen misleiden en verleiden (Matt.24:25). In de eindtijd zal er ook loon zijn voor trouwe profeten (Openbaring 11:18). Profeten worden ook wel zieners genoemd, omdat zij vaak in de toekomst ‘zagen’. 
Het grootste deel van de Bijbel bevat profetie. In de Psalmen, uit de levens van mensen uit de Bijbel stralen vaak stukken profetie. De Torah (de eerste vijf boeken uit het Eerste Testament) zit vol profetie. 
Niet alleen in het Eerste, maar ook in het Twee Testament komt profetie voor. Hierop in te gaan vergt teveel ruimte en tijd. We moeten eerst ingaan op Jezus als Gods Knecht en op het volk Israël als Gods knecht onder de volken.

De Eerste Knecht van God

Van Jezus zegt de Schrift: “Zie, mijn Knecht, die Ik verkoren heb, mijn Geliefde, in wie Mijn ziel een welbehagen heeft” (Matteüs 12:18). De eerste messiaanse Joden, Joden die in Jezus als Messias geloofden, spraken over Hem  als “Gods heilige Knecht” (Hand.3:13,26, 4:27, 30). Wat heeft Hij dan gedaan in de functie als Gods speciale Knecht? Ik noem een paar belangrijke dingen:

De andere knecht van God

In onze tijd wordt allereerst het overgrote deel van de Christenheid, maar de laatste jaren ook de hele mensheid steeds meer geconfronteerd met de andere knecht van God, met het volk Israël. Laten we eerst naar de Schrift luisteren, want het is van groot belang dat de wereld, geestelijke en politieke leiders, goed beseffen wat in en rond Israël gebeurt, waar dit op uitloopt en wat er van ons verwacht wordt. Want als we de profetieën een beetje kennen, als we de gebeurtenissen rond Israël via betrouwbare nieuws ”producenten” volgen, kunnen we Gods hand in de geschiedenis niet alleen in onze tijd, maar ook in het recente verleden volgen. Eerst nu een paar aanhalingen uit de Schrift die duidelijk spreken over Israël als Gods knecht. De eerste is een uitspraak van Mirjam (Maria): “HIJ heeft Zich, Israël Zijn knecht aangetrokken” (Lucas 1:54). Nu een aanhaling van de profeet Jesaja, waarin duidelijke aanwijzingen staan  naar onze tijd: 
“Maar gij, Israël Mijn knecht, Jakob die Ik (uit)verkoren heb, nakroost van Mijn vriend Abraham, gij die IK gegrepen heb van de einden van de aarde en geroepen uit haar uithoeken, tot wie Ik zei: ‘Gij zijt Mijn knecht, Ik heb u (verkoren) en u niet versmaad” (Jesaja 41:8,9. Wilt u onderstaande vijf opmerkingen even naast deze profetie leggen?

Nu enkele frappante parallellen tussen beide knechten van God, Jezus en Israël.

Parallellen

Onlosmakelijk zijn de Messias en Israël met elkaar verboden. We noemen er een paar overeenkomsten.

In Oude (Eerste) en in Nieuwe (Tweede) Testament, in verleden, heden en in de toekomst is Israël Gods uitverkoren knecht. God kiest geen andere knecht. Hij heeft geen spijt van Zijn roeping van Israël (Romeinen 11:29)
Zo is er nog veel meer te vertellen over het feit dat de Messias van Israël en Zijn volk Israël onlosmakelijk bij elkaar horen en blijven horen. Want Paulus zegt: “De Verlosser zal uit Sion komen” (Romeinen 11:26). De 1e keer en ook de 2e  komt Hij uit Israël. 
Ook Israël en de Kerk horen bij elkaar... Want wij zijn geen “vreemdelingen en bijwoners meer maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God.  
Laten wij met respect omgaan met onze oudere broeder Israël.

 

* Dit is het tweede artikel van een serie artikelen over de Bijbelse achtergrond van wat in en rond Israël gebeurt.