Discussies op de Titanic

Zaterdag, 06 December 2008 11:13
Job moest zich maar eens bekeren! - Job and His Friends, Ilya Yefimovich Repin, 1869. Oil on canvas. Klik voor ware grootte
Job moest zich maar eens bekeren! - Job and His Friends, Ilya Yefimovich Repin, 1869. Oil on canvas.

Sympathie en bewondering voor Israël zijn in korte tijd veranderd in een houding van antizionistisch geïnspireerde wrevel en boosheid. Een recent onderzoek wijst uit dat het antisemitisme sterk toeneemt. De “onopgeefbare verbondenheid met Israël” wordt in veel Europese kerken ter discussie gesteld. De aandacht is verschoven naar het “bezette Palestijnse land”. Men ziet dan makkelijk over het hoofd dat er nog nooit “Palestijns land” is geweest.

Niet in politieke zin en niet in religieuze zin. Heel Israël is Gods land. “Mijn land” noemt de Eeuwige dat stukje land herhaaldelijk. Dat land heeft de HERE onder ede aan Israël beloofd. “Tot een altoosdurende bezitting” (Genesis 17:8) verzekert de God van Israël aan zijn vriend Abraham. In feite discussieert men nergens over als “bezette gebieden” wordt gepraat in kerkelijke en wereldlijke forums. Niemand hoeft er verbaasd over te zijn dat er over het gerommel met Gods land oordelen gaan. “Hij, de HERE, is onze God, zijn oordelen gaan over de hele aarde” zegt de Schrift in een passage (Psalm 105:7-11) die juist over de landbelofte voor Israël gaat.

Er is nog meer aan de hand.

Veel meer en veel gevaarlijker.

Organisaties voor mensenrechten en hulporganisaties in verschillende Europese landen hebben een nieuwe methode gevonden om Israël dwars te zitten in de strijd tegen het Palestijnse Moslim terrorisme. Zij spannen rechtszaken aan tegen Israël wegens “oorlogsmisdaden” en “misdaden tegen de mensheid”. Ze organiseren demonstraties en bijeenkomsten tegen Israël. Zo binden ze de handen van Israël in de strijd om lijfsbehoud. Zo wakkeren ze antizionisme aan! Kerkelijke organisaties doen dat al langer op hun eigen manier. Ook zij zeggen op te komen voor de “rechten van het Palestijnse volk”.

Welk “Palestijns volk”?

Zeker, veel Arabieren voelen zich Palestijnen. Pas sinds 1967, want toen is het Palestijnse etiket op Arabieren in Israël geplakt. Vóór 1948 noemden de Joodse oliem (immigranten) zich Palestijnen. De meeste Arabieren die nu Palestijnen genoemd worden, zijn in de eerste helft van de vorige eeuw uit omliggende Arabische landen naar het toenmalige Palestina gekomen. Ook hier praat men in feite over niets. Men praat in feite over leugens en wakkert het antizionisme en in het verlengde daarvan het antisemitisme aan. Men stuurt de Titanic van de wereldgemeenschap met kundige, leugenachtige hand en met behulp van de grote media recht op de ijsberg af waardoor het schip onherroepelijk zal ondergaan. Want antisemitisme, het aanranden van Israël, Gods eerstgeboren zoon, Gods lievelingszoon, Gods oogappel, Gods uitverkoren volk, is vaak de zonde waardoor (na bijna eindeloos geduld van God), de toorn van de Heer losbarst. We zien er hier en daar al iets van gebeuren. Als waarschuwingen.

Ook wij

Nu moeten we voorzichtiger worden. Onder veel Christenen, die oprechte vriendschap en liefde voor Israël koesteren, en die aandacht hebben voor het profetische woord in verband met Israël, circuleren ook een aantal visies en opmerkingen die bijbels klinken maar waarbij toch, met alle respect, vraagtekens moeten worden gezet. Een paar van die veel gehoorde opmerkingen zijn:

Over deze opmerkingen wordt heel wat gediscussieerd. Ook heel wat teksten worden bij soms heftige gesprekken, aangedragen.

Een voorzichtige reactie

Inderdaad lezen we:

“een tijd van benauwdheid is het voor Jakob” (zie Jeremia 30:5-7).

En:

“…er zal een tijd van grote benauwdheid zijn…” (Daniël 12:1,2).

Ook de Here Jezus spreekt over een “grote verdrukking” (Mattheus 24:21). In die zelfde Bijbelgedeeltes staat ook hoop. Jeremia profeteert: “Maar daaruit zal hij (Israël) gered worden” (30:7). Daniël vervolgt zijn profetie over benauwdheid met: “Maar in die tijd zal uw volk ontkomen...” (Daniël 12:2). Ook de Here Jezus biedt een uitweg: “Waakt altijd en bidt dat u in staat zult zijn om te ontkomen aan alles wat zal geschieden…” (Lucas 21:36). Bovendien zal er voor Israël een schuilplaats in de woestijn zijn voor het woeden van de duivel (Openbaring 12:13-18).

Voor Israël is er hoop!

Voor de wereld ook?

Denk aan het voorbeeld van de plagen van Egypte dat onderging. De streek Gosen, waar de Israëlieten woonden, werd voor de ergste plagen gespaard! Belangrijk is ook dat de Bijhel leert dat oordeelsprofetie niet onherroepelijk is. Als een volk zich bekeert, dan heeft de HERE “berouw over het kwaad dat Ik hun dacht aan te doen” (Jeremia 18:7,8). Denk aan Jona en Nineveh! Ook kan de Heer die “tijd van benauwdheid” verkorten op de gebeden van zijn kinderen (zie Mattheus 24:22). Ten slotte moeten wij ons goed realiseren dat die tijd van benauwdheid over de hele wereld zal komen en waarschijnlijk voor de wereld vele malen erger zal zijn dan over Israël. Bezorgdheid over en gebed voor ons eigen volk is dus veel belangrijker dan discussies over de “benauwdheid van Israël”. Dan onderschatten we het feit dat we meevaren op de Titanic en dat onze taak is te waarschuwen!

Vrienden van Job

Het lijden van Job staat model voor het lijden van het Joodse volk. Er is geen volk op aarde dat in de loop van de eeuwen zoveel heeft moeten lijden. Drie vrienden van Job kwamen om hem te troosten. Ze huilden en zaten zeven dag stil bij hem. Diep geschokt door zijn grote verdriet. Zelfs dat wordt tegenwoordig door veel kerken en zelfs door vrienden van Israël niet opgebracht. Gewoon een stuk solidariteit met en begrip voor Israël dat bedreigd, veracht en gesmaad wordt door zo goed als heel de wereld. Welnee, men zingt meestal gewoon mee in het anti-Israëlkoor van de wereld. De drie vrienden van Job gingen toen lelijk in de fout. Ze beschuldigden Job heftig en speurden naar vermeende zonden. Job moest zich maar eens bekeren! Precies zoals veel kerken en zelfs vrienden van Israël nu met Gods volk omgaan. Gezeur over de veiligheidsmuur. Valse beschuldigingen. Vervalsing van de geschiedenis. Oordelen en benauwdheden worden aangezegd. Kerken als de “vrienden van Job”. De HERE was goed boos op die lieden. Ze moesten terug naar Job. Hem vragen om voor hen te bidden opdat God hen “niet iets kwaads zou aandoen” (Job 42:7-9). Job bad voor hen. Misschien zal God al die critici van zijn volk en die oordeelsaankondigers in de eindtijd ook naar Israël verwijzen om voorbede te vragen.

Wat nu?

De Bijbel geeft ook een duidelijk antwoord op de vraag hoe wij tegenover Israël moeten staan. “Ik ben tegen mijn volk toornig geweest… en het in uw macht gegeven. En gij hebt het geen barmhartigheid bewezen” (Jesaja 47:6). Dat zegt de HERE in een oordeelsprofetie over Babel. Zelfs van de vijanden van Israël verwacht Hij barmhartigheid. Hoeveel temeer van Christenen! Hij verwacht vriendschap, troost en bemoediging; geen profeterig oordelen. “Troost, troost mijn volk” (Jesaja 40:1); geen rampenvoorspellingen. Voorbede; geen veroordelingen. Bemoediging en steun; geen discussies over de “onopgeefbare verbondenheid”. Broederlijke solidariteit; geen onrechtvaardige kritiek. Zo komt er wellicht nog zegen voor ons.

Dit artikel verscheen eerder in Israël Aktueel (December 2008).