Bijbelse Wonderen

Maandag, 27 Juni 2011 10:37
De helft van de Bnei Manasseh (zonen van Manasse) zijn ongeveer 27 eeuwen geleden door een koning van Assur uit hun stamgebied aan de oostkant van de Jordaan (het huidige Jordanië) weggehaald en in ballingschap gevoerd (lees 1 Kronieken 5:26) Klik voor ware grootte
De helft van de Bnei Manasseh (zonen van Manasse) zijn ongeveer 27 eeuwen geleden door een koning van Assur uit hun stamgebied aan de oostkant van de Jordaan (het huidige Jordanië) weggehaald en in ballingschap gevoerd (lees 1 Kronieken 5:26)

In deze, vooral voor Israël, angstig-spannende tijd gebeuren er heel wat opzienbarende wonderen. Maar je moet het wel zien. God heeft een speciaal Boek geschreven waarin hij die wonderen eeuwen geleden al heeft voorzegd. En de Almachtige zegt van tevoren wat Hij gaat doen en HIJ doet ook precies wat HIJ heeft gezegd. De HEER gaat rustig door met zijn plan. Drie voorbeelden waarvan één zeer recent.

  1. In de jaren 1989 (val van de Berlijnse Muur) en 1991 (val van het Sovjet Russische wereldrijk) sprak God tegen een land in het Noorden: “IK zeg tegen het Noorden: GEEF!” - Jesaja 43:6. Het communistische regiem in Rusland viel. Toen moest Rusland eindelijk ‘hun’ Joden toestemming geven naar Israël te gaan. Inmiddels zijn er al ongeveer 1,2 miljoen Joden uit Rusland naar Israël gekomen.
    Één machtswoord van de Almachtige was genoeg.
  2. Zo’n 20 jaar geleden stond in de Jerusalem Post een artikel dat men $ 35 miljoen losgeld had moeten betalen om de ‘Falasha’s’ uit Ethiopië te laten vertrekken. De stam van Dan, volgens het Opperrabinaat. Momenteel is men bezig de laatste groep van hen in Israël thuis te brengen. In Jesaja 11:11 lezen we dat ‘.....de rest van Zijn volk losgekocht zal worden uit.......Ethiopië”. Let op het woord ‘losgekocht’!
  3. Nu de stam Manasse.
    Ook hier gaat het zoals de profeet voorzegd heeft: “Breng Mijn zonen van verre en mijn dochters van de einden van de aarde” - Jesaja 43:6. De helft van de Bnei Manasseh (zonen van Manasse) zijn ongeveer 27 eeuwen geleden door een koning van Assur uit hun stamgebied aan de oostkant van de Jordaan (het huidige Jordanië) weggehaald en in ballingschap gevoerd (lees 1 Kronieken 5:26).
    Na veel omzwervingen kwamen zij in twee deelstaten in het uiterste Noordoosten van India terecht (Manipur en Mizoram). In 2005 zijn ze door het Opperrabinaat erkend als afstammeningen van de stam Manasse. Het feit dat ze in die 27 eeuwen hun identiteit, hun geloof en veel bijbelse gewoontes hebben behouden is een ongelooflijk sociologisch wonder. Ze waren trouw aan de Sabbat, de feesten, kosher voedsel en verschillende reinheidwetten uit de Torah.
    Ook dit is een Bijbels gegeven: “....in verre streken zullen zij aan MIJ denken; zo zullen zij leven met hun kinderen en terugkeren” - Zacharia 10:9. Tot nu toe zijn er 1700 van hen teruggekeerd. Toen we in maart dit jaar in Israël waren vroegen we aan de vertegenwoordiger van de organisatie in Israël die voor de Aliya verantwoordelijk is, waar de rest van Manasse bleef. Hij vertrouwde ons toe dat er politieke problemen waren. Maar nu lijkt het zover te zijn. De commissie van de Knesseth (het Israëlische parlement) die over de Aliya (terugkeer) gaat heeft een resolutie voor de regering voorbereid waarin de terugkeer van de rest van Manasse (ruim 7.000 mensen) wordt aanbevolen. Deze resolutie wordt eind juli door de regering behandeld. Dus over een poosje wacht Israël weer een profetisch hoogtepunt en een geweldige bemoediging.
    God gaat door en tegelijk met Israël worden ook wij die hiervoor hebben gebeden, bemoedigd.

GOD IS STILL IN CONTROLL.

En wij, bij bidden Jeruzalem de vrede toe.

Jvb