Geruchten van oorlogen (Matteüs 24:6)

Dinsdag, 08 November 2011 18:33
Geruchten van oorlogen (matteüs 24:6)
Yom Kippoer oorlog Klik voor ware grootte
Yom Kippoer oorlog

1948-1967-1973-2011

Momenteel is het de vierde keer dat Israël omsingeld is door fel hatende en zwaar bewapende vijanden. Vijanden die vast van plan zijn de Joodse staat te vernietigen en genocide in de zin hebben.

Wonderen

Het is een groot wonder dat Israël het zo goed volhoudt en betrekkelijk rustig blijft. Een nog groter wonder is dat er weinig persoonlijke ongelukken gebeuren na al die raketbeschietingen uit Gaza. Maar de emotionele schade, de trauma’s die de mensen oplopen van al de raketbeschietingen, kunnen gerust ernstig psychisch lijden worden genoemd. In Ashdod gebeurde onlangs een opmerkelijk wonder. Een schoolokaal dat al 40 jaar elke sabbat als synagoge werd gebruikt, stond de laatste sabbat in oktober leeg. Toen viel er op het pleintje bij de school, waar op dat tijdstip elke week veel mensen liepen, een raket! Zo werden er veel mensenlevens gespaard. Dan die raket die vlakbij een grote flat neerkwam. Als de raket een paar meter verder was ontploft zou de flat zwaar zijn beschadigd met veel gewonden en zelfs dodelijke slachtoffers hebben veroorzaakt. De hand van God is duidelijk op zijn volk. Het volk dat Hij Zelf “gegrepen heeft van de einden van de aarde” en waartegen Hij zegt: “Vrees niet, want IK ben met u, en zie niet angstig rond, want IK ben uw God” (Jesaja 41:9,10).

Toetssteen

Israël is nog altijd, volgens de Bijbel, een knecht van de Here. Een van de taken van die knecht van God was en is het bewaren en uitdragen van de woorden van God. “Hun zijn de woorden van God toevertrouwd” zegt de apostel Paulus in Romeinen 3:2. Hij zegt dat in de tegenwoordige tijd, dus geldt dat ook nu. De hele Bijbel is via en door Israël tot ons gekomen. Uit Israël is de Messias gekomen en binnenkort (hopen we) “zal de Verlosser uit Sion komen” zegt dezelfde Paulus in Romeinen 11:26. Maar Israël is ook toetssteen voor de volken met betrekking tot Gods zegen of vloek. “Gezegend, die u zegenen, en die u vervloeken, vervloekt” (Genesis 12:3 en Numeri 24:9). Deze geestelijke wetmatigheid is door de eeuwen heen geldig gebleken. Volken die goed waren voor het Joodse volk werden gezegend. Volken die de Joden verachtten en vervolgden kregen vloek, ellende en narigheid over zich heen. Als we dit toepassen op onze tijd ziet het er voor de wereld niet best uit. Want de tijd van ‘geruchten van oorlogen’, is ook een tijd van aardbevingen, pandemiën, hongersnoden, oorlogen enz. Dat lezen we ook in Matteüs 24:6, 7 en Matteüs 8. Dat zien we nu al gebeuren. Het zijn waarschuwingen van de HERE God, de Schepper van hemel en aarde. En wij... wij zetten zegen in tegen de vloek van de wereld. We bidden voor Israël en dat onze regering moedige en bemoedigende gebaren maakt naar Israël.